A2 · Basis

😊 De emoties · Las emociones

Leer hoe je gevoelens en emoties in het Spaans uitdrukt. 19 woorden.

Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).

SpaansVertalingVoorbeeldzin
feliz gelukkig
Estoy muy feliz hoy.Ik ben vandaag heel gelukkig.
triste verdrietig
Se puso triste con la noticia.Hij werd verdrietig van het nieuws.
enfadado boos
Mi madre está enfadada conmigo.Mijn moeder is boos op mij.
nervioso nerveus
Estoy nervioso antes del examen.Ik ben nerveus voor het examen.
tranquilo rustig
Después de hablar, me sentí más tranquilo.Na het gesprek voelde ik me rustiger.
cansado moe
Estoy cansado después del trabajo.Ik ben moe na het werk.
preocupado bezorgd
Estoy preocupado por el examen.Ik ben bezorgd over het examen.
sorprendido verrast
Estábamos sorprendidos con el regalo.We waren verrast door het cadeau.
el miedo angst
Tengo miedo de los perros grandes.Ik ben bang voor grote honden.
la alegría vreugde
La noticia nos dio mucha alegría.Het nieuws gaf ons veel vreugde.
la tristeza verdriet
Sintió una gran tristeza al despedirse.Ze voelde groot verdriet bij het afscheid.
sentirse zich voelen
Hoy me siento muy bien.Vandaag voel ik me heel goed.
llorar huilen
El bebé llora por la noche.De baby huilt 's nachts.
reír lachen
Nos reímos mucho con esa película.We hebben veel gelachen om die film.
orgulloso trots
Estoy orgulloso de mis hijos.Ik ben trots op mijn kinderen.
celoso jaloers
Está celoso de su hermano.Hij is jaloers op zijn broer.
sorprender verrassen
Su reacción me sorprendió mucho.Zijn reactie verraste me zeer.
asustado bang
El niño estaba asustado por el ruido.Het kind was bang van het lawaai.
emocionado opgewonden
Estamos emocionados con el viaje.We zijn opgewonden over de reis.

🎯 Oefen deze 19 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema

Meer thema's op dit niveau

✈️ Reizen19 woorden
Los viajes
Woorden die je nodig hebt op het vliegveld, in het hotel en onderweg.
🍷 In het restaurant20 woorden
En el restaurante
Leer bestellen, betalen en praten over eten in een restaurant.
🛍️ Winkelen20 woorden
De compras
Woorden om te winkelen, prijzen te bespreken en te betalen.
🏥 Gezondheid18 woorden
La salud
Praat over ziekte, symptomen en een bezoek aan de dokter.
🚌 Vervoer19 woorden
El transporte
Woorden om je te verplaatsen in de stad en daarbuiten.
💼 Werk20 woorden
El trabajo
Woorden over kantoor, sollicitaties en het dagelijkse werk.

← De vrije tijdAlle thema'sDe dagelijkse routine →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply