🎭 De vrije tijd · El tiempo libre
Woorden over hobby's en hoe je je vrije tijd doorbrengt. 18 woorden.
Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).
| Spaans | Vertaling | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| la película | film | Esta noche vemos una película en casa.Vanavond kijken we thuis een film. |
| el concierto | concert | Fuimos a un concierto de música rock.We gingen naar een rockconcert. |
| el teatro | theater | El sábado vamos al teatro.Op zaterdag gaan we naar het theater. |
| pintar | schilderen | Me gusta pintar en mi tiempo libre.Ik schilder graag in mijn vrije tijd. |
| bailar | dansen | Ella baila salsa todos los viernes.Zij danst elke vrijdag salsa. |
| cantar | zingen | A mi hija le encanta cantar.Mijn dochter houdt van zingen. |
| leer | lezen | Leo una novela antes de dormir.Ik lees een roman voordat ik ga slapen. |
| la novela | roman | Terminé de leer esa novela en dos días.Ik las die roman in twee dagen uit. |
| el juego | spel | Jugamos un juego de mesa por la tarde.We spelen 's middags een bordspel. |
| la fiesta | feest | El sábado hay una fiesta en casa de Ana.Op zaterdag is er een feest bij Ana thuis. |
| salir | uitgaan | Los viernes salimos con amigos.Op vrijdag gaan we uit met vrienden. |
| quedar | afspreken | ¿Quedamos mañana para tomar un café?Spreken we morgen af om koffie te drinken? |
| aburrido | saai | Esta película es un poco aburrida.Deze film is een beetje saai. |
| divertido | leuk | Fue un fin de semana muy divertido.Het was een heel leuk weekend. |
| la afición | hobby | La fotografía es mi afición favorita.Fotografie is mijn favoriete hobby. |
| la entrada | toegangskaartje | Compré las entradas para el concierto.Ik heb de kaartjes voor het concert gekocht. |
| dibujar | tekenen | Mi hijo dibuja animales muy bien.Mijn zoon tekent heel goed dieren. |
| el paseo | wandeling | Damos un paseo por el centro.We maken een wandeling door het centrum. |
🎯 Oefen deze 18 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema
Meer thema's op dit niveau
✈️ Reizen19 woorden
Los viajes
Woorden die je nodig hebt op het vliegveld, in het hotel en onderweg.
🍷 In het restaurant20 woorden
En el restaurante
Leer bestellen, betalen en praten over eten in een restaurant.
🛍️ Winkelen20 woorden
De compras
Woorden om te winkelen, prijzen te bespreken en te betalen.
🏥 Gezondheid18 woorden
La salud
Praat over ziekte, symptomen en een bezoek aan de dokter.
🚌 Vervoer19 woorden
El transporte
Woorden om je te verplaatsen in de stad en daarbuiten.
💼 Werk20 woorden
El trabajo
Woorden over kantoor, sollicitaties en het dagelijkse werk.
← De sportenAlle thema'sDe emoties →
Wil je dit echt onder de knie krijgen?
Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.