A2 · Basis

🚌 Vervoer · El transporte

Woorden om je te verplaatsen in de stad en daarbuiten. 19 woorden.

Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).

SpaansVertalingVoorbeeldzin
el autobús bus
Cojo el autobús para ir al trabajo.Ik neem de bus om naar mijn werk te gaan.
el metro metro
El metro es la forma más rápida de moverse por Madrid.De metro is de snelste manier om je door Madrid te verplaatsen.
el tren trein
El tren sale del andén número tres.De trein vertrekt van perron drie.
la bicicleta fiets
Voy al centro en bicicleta cuando hace buen tiempo.Ik ga met de fiets naar het centrum als het mooi weer is.
el coche auto
Fuimos a la playa en coche.We gingen met de auto naar het strand.
el avión vliegtuig
El avión aterrizó con media hora de retraso.Het vliegtuig landde met een half uur vertraging.
la parada halte
La parada del autobús está enfrente de mi casa.De bushalte ligt tegenover mijn huis.
el andén perron
Espera en el andén hasta que llegue el tren.Wacht op het perron tot de trein aankomt.
el atasco file
Llegamos tarde por un atasco enorme.We kwamen te laat door een enorme file.
el carné rijbewijs
Saqué el carné de conducir el año pasado.Ik heb vorig jaar mijn rijbewijs gehaald.
la gasolina benzine
Necesitamos parar a echar gasolina.We moeten stoppen om te tanken.
el peatón voetganger
Los peatones cruzan por aquí.De voetgangers steken hier over.
el tranvía tram
El tranvía pasa cada diez minutos.De tram komt elke tien minuten langs.
el taxi taxi
Pedimos un taxi para ir al aeropuerto.We bestelden een taxi om naar het vliegveld te gaan.
el conductor bestuurder
El conductor del autobús fue muy amable.De buschauffeur was erg vriendelijk.
conducir autorijden
No me gusta conducir de noche.Ik rijd niet graag 's nachts.
aparcar parkeren
Es difícil aparcar en el centro.Het is moeilijk om in het centrum te parkeren.
cruzar oversteken
Cruza la calle por el paso de peatones.Steek de straat over bij het zebrapad.
perder verliezen
No me gusta perder.Ik houd er niet van om te verliezen.

🎯 Oefen deze 19 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema

Meer thema's op dit niveau

✈️ Reizen19 woorden
Los viajes
Woorden die je nodig hebt op het vliegveld, in het hotel en onderweg.
🍷 In het restaurant20 woorden
En el restaurante
Leer bestellen, betalen en praten over eten in een restaurant.
🛍️ Winkelen20 woorden
De compras
Woorden om te winkelen, prijzen te bespreken en te betalen.
🏥 Gezondheid18 woorden
La salud
Praat over ziekte, symptomen en een bezoek aan de dokter.
💼 Werk20 woorden
El trabajo
Woorden over kantoor, sollicitaties en het dagelijkse werk.
⚽ De sporten18 woorden
Los deportes
Leer woorden om over sport en beweging te praten.

← GezondheidAlle thema'sWerk →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply