⏰ De dagelijkse routine · La rutina diaria
Woorden om te vertellen wat je elke dag doet. 16 woorden.
Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).
| Spaans | Vertaling | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| levantarse | opstaan | Me levanto a las siete de la mañana.Ik sta om zeven uur 's ochtends op. |
| ducharse | douchen | Me ducho antes de desayunar.Ik douche voordat ik ontbijt. |
| desayunar | ontbijten | Desayunamos juntos cada mañana.We ontbijten elke ochtend samen. |
| vestirse | zich aankleden | Me visto rápido porque llego tarde.Ik kleed me snel aan omdat ik laat ben. |
| acostarse | naar bed gaan | Me acuesto a las once de la noche.Ik ga om elf uur 's avonds naar bed. |
| despertarse | wakker worden | Me despierto antes de que suene el despertador.Ik word wakker voordat de wekker gaat. |
| lavarse | zich wassen | Me lavo los dientes tres veces al día.Ik poets drie keer per dag mijn tanden. |
| peinarse | zich kammen | Se peina delante del espejo.Ze kamt haar haar voor de spiegel. |
| almorzar | lunchen | Almorzamos a las dos de la tarde.We lunchen om twee uur 's middags. |
| cenar | avondeten | Cenamos en familia todos los días.We eten elke dag als gezin. |
| la siesta | middagdutje | Los domingos duermo la siesta.Op zondag doe ik een middagdutje. |
| el despertador | wekker | El despertador suena a las seis y media.De wekker gaat om half zeven. |
| temprano | vroeg | Hoy me levanto temprano.Vandaag sta ik vroeg op. |
| madrugar | vroeg opstaan | Tengo que madrugar para coger el tren.Ik moet vroeg opstaan om de trein te halen. |
| la ducha | douche | La ducha está al lado del baño.De douche is naast de badkamer. |
| el cepillo de dientes | tandenborstel | Necesito un cepillo de dientes nuevo.Ik heb een nieuwe tandenborstel nodig. |
🎯 Oefen deze 16 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema
Meer thema's op dit niveau
✈️ Reizen19 woorden
Los viajes
Woorden die je nodig hebt op het vliegveld, in het hotel en onderweg.
🍷 In het restaurant20 woorden
En el restaurante
Leer bestellen, betalen en praten over eten in een restaurant.
🛍️ Winkelen20 woorden
De compras
Woorden om te winkelen, prijzen te bespreken en te betalen.
🏥 Gezondheid18 woorden
La salud
Praat over ziekte, symptomen en een bezoek aan de dokter.
🚌 Vervoer19 woorden
El transporte
Woorden om je te verplaatsen in de stad en daarbuiten.
💼 Werk20 woorden
El trabajo
Woorden over kantoor, sollicitaties en het dagelijkse werk.
← De emotiesAlle thema'sDe natuur →
Wil je dit echt onder de knie krijgen?
Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.