A2 · Basis

✈️ Reizen · Los viajes

Woorden die je nodig hebt op het vliegveld, in het hotel en onderweg. 19 woorden.

Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).

SpaansVertalingVoorbeeldzin
el vuelo vlucht
Nuestro vuelo salió con retraso.Onze vlucht vertrok met vertraging.
el billete ticket
Compré el billete por internet.Ik kocht het ticket online.
la maleta koffer
Mi maleta pesaba demasiado.Mijn koffer woog te veel.
el pasaporte paspoort
No olvides tu pasaporte en casa.Vergeet je paspoort niet thuis.
la reserva reservering
Hice la reserva del hotel ayer.Ik maakte gisteren de hotelreservering.
la playa strand
Vamos a pasar una semana en la playa.We gaan een week naar het strand.
la montaña berg
Subimos a la montaña el fin de semana.We beklommen het weekend de berg.
el mapa kaart
Necesitamos un mapa de la ciudad.We hebben een kaart van de stad nodig.
el maletero kofferbak
Metimos las maletas en el maletero.We legden de koffers in de kofferbak.
la excursión excursie
Mañana haremos una excursión a las montañas.Morgen maken we een excursie naar de bergen.
el/la turista toerist
Muchos turistas visitan esta ciudad en verano.Veel toeristen bezoeken deze stad in de zomer.
el/la guía gids
El guía nos explicó la historia del castillo.De gids legde ons de geschiedenis van het kasteel uit.
el equipaje bagage
Perdieron mi equipaje en el aeropuerto.Mijn bagage raakte kwijt op het vliegveld.
el destino bestemming
Nuestro destino final es Sevilla.Onze eindbestemming is Sevilla.
viajar reizen
Nos gusta viajar en verano.We reizen graag in de zomer.
reservar reserveren
Vamos a reservar el hotel esta noche.We gaan vanavond het hotel reserveren.
alojarse verblijven
Vamos a alojarnos en un hotel pequeño.We gaan in een klein hotel verblijven.
facturar inchecken (bagage)
Tenemos que facturar el equipaje antes de las diez.We moeten de bagage voor tien uur inchecken.
lleno vol
El avión estaba completamente lleno.Het vliegtuig was helemaal vol.

🎯 Oefen deze 19 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema

Meer thema's op dit niveau

🍷 In het restaurant20 woorden
En el restaurante
Leer bestellen, betalen en praten over eten in een restaurant.
🛍️ Winkelen20 woorden
De compras
Woorden om te winkelen, prijzen te bespreken en te betalen.
🏥 Gezondheid18 woorden
La salud
Praat over ziekte, symptomen en een bezoek aan de dokter.
🚌 Vervoer19 woorden
El transporte
Woorden om je te verplaatsen in de stad en daarbuiten.
💼 Werk20 woorden
El trabajo
Woorden over kantoor, sollicitaties en het dagelijkse werk.
⚽ De sporten18 woorden
Los deportes
Leer woorden om over sport en beweging te praten.

← Basiswerkwoorden en bijvoeglijke naamwoordenAlle thema'sIn het restaurant →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply