A2 · Basis

🏥 Gezondheid · La salud

Praat over ziekte, symptomen en een bezoek aan de dokter. 18 woorden.

Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).

SpaansVertalingVoorbeeldzin
la enfermedad ziekte
Esa enfermedad es muy común en invierno.Die ziekte komt in de winter veel voor.
la fiebre koorts
Mi hijo tiene treinta y ocho de fiebre.Mijn zoon heeft achtendertig graden koorts.
el resfriado verkoudheid
Tengo un resfriado desde el lunes.Ik ben sinds maandag verkouden.
el dolor pijn
Tengo un dolor de cabeza terrible.Ik heb vreselijke hoofdpijn.
la medicina medicijn
Tienes que tomar esta medicina tres veces al día.Je moet dit medicijn driemaal per dag innemen.
la pastilla pil
Toma una pastilla después de comer.Neem een pil na het eten.
la receta recept (medisch)
Necesita una receta para comprar ese medicamento.Je hebt een recept nodig om dat medicijn te kopen.
la cita afspraak
Tengo una cita con el médico a las cuatro.Ik heb om vier uur een afspraak bij de dokter.
el síntoma symptoom
El cansancio fue el primer síntoma que notó.Vermoeidheid was het eerste symptoom dat hij opmerkte.
la urgencias spoedeisende hulp
Tuvimos que ir a urgencias por la noche.We moesten 's nachts naar de spoedeisende hulp.
la vacuna vaccin
Desarrollaron la vacuna en tiempo récord.Ze ontwikkelden het vaccin in recordtijd.
el análisis onderzoek (bloedtest)
El médico pidió un análisis de sangre.De dokter vroeg om een bloedonderzoek.
la herida wond
La herida en la rodilla ya está curada.De wond op de knie is al genezen.
toser hoesten
El niño no paraba de toser.Het kind bleef maar hoesten.
curarse genezen
Espero curarme pronto de este resfriado.Ik hoop snel te genezen van deze verkoudheid.
romperse breken (lichaamsdeel)
Se rompió el brazo jugando al fútbol.Hij brak zijn arm tijdens het voetballen.
sano gezond
Mi abuela sigue muy sana a los ochenta años.Mijn oma is nog erg gezond op haar tachtigste.
enfermo ziek
No fui a trabajar porque estaba enfermo.Ik ging niet werken omdat ik ziek was.

🎯 Oefen deze 18 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema

Meer thema's op dit niveau

✈️ Reizen19 woorden
Los viajes
Woorden die je nodig hebt op het vliegveld, in het hotel en onderweg.
🍷 In het restaurant20 woorden
En el restaurante
Leer bestellen, betalen en praten over eten in een restaurant.
🛍️ Winkelen20 woorden
De compras
Woorden om te winkelen, prijzen te bespreken en te betalen.
🚌 Vervoer19 woorden
El transporte
Woorden om je te verplaatsen in de stad en daarbuiten.
💼 Werk20 woorden
El trabajo
Woorden over kantoor, sollicitaties en het dagelijkse werk.
⚽ De sporten18 woorden
Los deportes
Leer woorden om over sport en beweging te praten.

← WinkelenAlle thema'sVervoer →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply