A2 · Basis

Wederkerende werkwoorden

Werkwoorden met me/te/se/nos/os/se zoals levantarse en ducharse, en betekenisveranderingen.

Wat is een wederkerend werkwoord?

Bij een wederkerend werkwoord voert het onderwerp de handeling op zichzelf uit: ik was mezelf. In het woordenboek staat het infinitief met -se erachter: levantarse (opstaan), ducharse (douchen). Het wederkerend voornaamwoord (me, te, se, nos, os, se) verandert altijd mee met het onderwerp.

Voorbeelden

Me levanto a las siete.Ik sta om zeven uur op.
Ella se ducha por la mañana.Zij doucht 's ochtends.

Vervoeging en plaats

Het voornaamwoord staat vóór het vervoegde werkwoord. Bij een infinitief, gerundium of bevestigend bevel kan (of moet) het achteraan geplakt worden — net als bij de object-voornaamwoorden.

levantarse
yome levanto
túte levantas
él/ella/ustedse levanta
nosotrosnos levantamos
vosotrosos levantáis
ellos/ellas/ustedesse levantan

Voorbeelden

Voy a ducharme. / Me voy a duchar.Ik ga douchen.
Levántate.Sta op.
No te levantes tarde.Sta niet laat op.

Wederkerig gebruik (elkaar)

In het meervoud (nos, os, se) kan hetzelfde voornaamwoord ook 'elkaar' betekenen, wanneer de handeling wederzijds is.

Voorbeelden

Nos queremos mucho.We houden veel van elkaar.
Se escriben cada semana.Ze schrijven elkaar elke week.

Betekenisverandering

Sommige werkwoorden krijgen een andere betekenis of nuance met het wederkerend voornaamwoord: ir (gaan) vs irse (weggaan, vertrekken), dormir (slapen) vs dormirse (in slaap vallen).

Voorbeelden

Voy al colegio.Ik ga naar school.
Me voy ya, es tarde.Ik vertrek al, het is laat.
Duermo ocho horas.Ik slaap acht uur.
Me duermo enseguida.Ik val meteen in slaap.

💡 Tips

💡
Het wederkerend voornaamwoord verandert altijd mee met het onderwerp: me, te, se, nos, os, se.
💡
Bij infinitief/gerundium/bevestigend bevel plak je het voornaamwoord achteraan; anders staat het ervoor.
💡
Sommige werkwoorden veranderen van betekenis met -se: ir/irse, dormir/dormirse — leer ze als paar.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

Bijhorende grammatica

De regelmatige preterito indefinido
De verleden tijd voor afgesloten gebeurtenissen: regelmatige vormen op -ar, -er en -ir.
De onregelmatige preterito indefinido
De meest gebruikte werkwoorden zijn onregelmatig in de indefinido: ser/ir, tener, hacer, decir en meer.
De preterito imperfecto
De verleden tijd voor gewoontes, beschrijvingen en achtergrond — bijna altijd regelmatig.
Indefinido versus imperfecto
Twee verledentijden, één keuze: wat gebeurde er (indefinido) en wat was de situatie (imperfecto)?

← Indirect-object voornaamwoordenVergrotende en overtreffende trap →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply