A2 · Basis

De preterito imperfecto

De verleden tijd voor gewoontes, beschrijvingen en achtergrond — bijna altijd regelmatig.

Vorming: regelmatige werkwoorden

De pretérito imperfecto is een van de makkelijkste tijden om te vormen: bijna alle werkwoorden zijn regelmatig. -ar werkwoorden krijgen -aba, -er en -ir werkwoorden krijgen -ía:

-ar: -aba, -abas, -aba, -ábamos, -abais, -aban
-er/-ir: -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían

De yo- en él/ella/usted-vorm zijn identiek — de context (of het onderwerp) maakt duidelijk wie bedoeld wordt.

hablarcomervivir
yohablabacomíavivía
túhablabascomíasvivías
él/ella/ustedhablabacomíavivía
nosotros/ashablábamoscomíamosvivíamos
vosotros/ashablabaiscomíaisvivíais
ellos/ellas/ustedeshablabancomíanvivían

Voorbeelden

De niño, hablaba con mi abuela todos los días.Als kind sprak ik elke dag met mijn oma.
Comíamos juntos los domingos.We aten op zondag samen.
Vivían en un pueblo muy pequeño.Ze woonden in een heel klein dorp.

De drie onregelmatige werkwoorden

In de hele Spaanse taal zijn er maar drie onregelmatige werkwoorden in de imperfecto: ser, ir en ver. Alle andere werkwoorden — ook de 'moeilijke' zoals tener, hacer, poder — zijn regelmatig!

serirver
yoeraibaveía
túerasibasveías
él/ella/ustederaibaveía
nosotros/aséramosíbamosveíamos
vosotros/aseraisibaisveíais
ellos/ellas/ustedeseranibanveían

Voorbeelden

Cuando era pequeño, era muy tímido.Toen ik klein was, was ik heel verlegen.
Íbamos a la playa cada verano.We gingen elke zomer naar het strand.
Veía dibujos animados por la mañana.Ik keek 's ochtends naar tekenfilms.

Gebruik: gewoontes en herhaalde acties

Gebruik de imperfecto voor iets dat regelmatig of herhaaldelijk gebeurde in het verleden, zonder duidelijk begin of einde — een gewoonte. In het Nederlands vertaal je dit vaak met 'vroeger deed ik...' of 'ik deed altijd...'.

Voorbeelden

Cuando era niño, jugaba al fútbol todos los días.Toen ik een kind was, voetbalde ik elke dag.
Mi madre siempre cocinaba los domingos.Mijn moeder kookte altijd op zondag.
Todos los veranos íbamos a casa de mis tíos.Elke zomer gingen we naar het huis van mijn oom en tante.

Gebruik: beschrijvingen en achtergrond

De imperfecto beschrijft ook hoe iets of iemand was in het verleden: uiterlijk, gevoelens, leeftijd, weer, tijd, omstandigheden. Het is de 'achtergrond' waartegen andere gebeurtenissen plaatsvinden.

Voorbeelden

Hacía mucho frío esa noche.Het was die nacht heel koud.
La casa era grande y tenía un jardín precioso.Het huis was groot en had een prachtige tuin.
Eran las diez de la noche cuando llamó.Het was tien uur 's avonds toen hij/zij belde.

💡 Tips

💡
Herken de imperfecto aan tijdsmarkeerders: *antes* (vroeger), *siempre* (altijd), *todos los días* (elke dag), *cada verano* (elke zomer), *normalmente*, *a menudo* (vaak), *mientras* (terwijl).
💡
Denk aan de imperfecto als een 'foto die nog niet klaar is' — een doorlopende situatie zonder duidelijk eind, in tegenstelling tot de indefinido (een afgesloten actie).
💡
Onthoud de drie onregelmatige werkwoorden met het ezelsbruggetje 'SIV': **S**er, **I**r, **V**er.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

🔧 Werkwoorden: Onvoltooid verleden (imperfecto)

Bijhorende grammatica

De regelmatige preterito indefinido
De verleden tijd voor afgesloten gebeurtenissen: regelmatige vormen op -ar, -er en -ir.
De onregelmatige preterito indefinido
De meest gebruikte werkwoorden zijn onregelmatig in de indefinido: ser/ir, tener, hacer, decir en meer.
Indefinido versus imperfecto
Twee verledentijden, één keuze: wat gebeurde er (indefinido) en wat was de situatie (imperfecto)?
De preterito perfecto
De verleden tijd voor recente gebeurtenissen met gevolgen voor nu: haber + voltooid deelwoord.

← De onregelmatige preterito indefinidoIndefinido versus imperfecto →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply