A2 · Basis

De onregelmatige preterito indefinido

De meest gebruikte werkwoorden zijn onregelmatig in de indefinido: ser/ir, tener, hacer, decir en meer.

Ser en ir: identieke vormen

ser (zijn) en ir (gaan) hebben in de indefinido precies dezelfde vervoeging. De context maakt duidelijk welk werkwoord bedoeld is.

ser / ir
yofui
túfuiste
él/ella/ustedfue
nosotros/asfuimos
vosotros/asfuisteis
ellos/ellas/ustedesfueron

Voorbeelden

Fuimos al cine el sábado.We gingen zaterdag naar de bioscoop.
Mi abuelo fue profesor de historia.Mijn opa was geschiedenisleraar.
¿Fuiste tú quien llamó?Was jij het die belde?

Sterke stammen: estar, tener, hacer, poder, poner, querer, venir

Deze werkwoorden krijgen een nieuwe, onregelmatige stam en gebruiken daarna dezelfde uitgangen: -e, -iste, -o, -imos, -isteis, -ieron — zonder accenten!

  • estar → estuv-
  • tener → tuv-
  • poder → pud-
  • poner → pus-
  • querer → quis-
  • venir → vin-
  • hacer → hic- (maar él/ella/usted = hizo, met z om de klank /θ/ of /s/ te behouden)
estartenerhacerpoderponerquerervenir
yoestuvetuvehicepudepusequisevine
túestuvistetuvistehicistepudistepusistequisisteviniste
él/ella/ustedestuvotuvohizopudopusoquisovino
nosotros/asestuvimostuvimoshicimospudimospusimosquisimosvinimos
ellos/ellas/ustedesestuvierontuvieronhicieronpudieronpusieronquisieronvinieron

Voorbeelden

Estuvimos en Barcelona una semana.We waren een week in Barcelona.
Tuve un problema con el coche.Ik had een probleem met de auto.
Ella hizo la tarea antes de cenar.Zij maakte haar huiswerk voor het avondeten.
No pudieron venir a la fiesta.Ze konden niet naar het feest komen.

Decir, traer, dar en ver

decir en traer krijgen ook een sterke stam op -j (dij-, traj-), maar de ellos-vorm eindigt op -eron, niet op -ieron (de extra i valt weg na de j).

dar en ver zijn kort: ze nemen -er-achtige uitgangen zónder accenten, omdat ze al maar één lettergreep hebben in de yo/él-vorm.

decirtraerdarver
yodijetrajedivi
túdijistetrajistedisteviste
él/ella/usteddijotrajodiovio
nosotros/asdijimostrajimosdimosvimos
ellos/ellas/ustedesdijerontrajerondieronvieron

Voorbeelden

Me dijo la verdad.Hij/zij vertelde me de waarheid.
Trajeron vino a la cena.Ze brachten wijn mee naar het avondeten.
Le di el regalo ayer.Ik gaf hem/haar gisteren het cadeau.
Vimos una película muy buena.We zagen een hele goede film.

-ir werkwoorden met stamverandering: dormir, pedir

Sommige -ir werkwoorden met stamverandering in de presente (bv. duermo, pido) hebben ook in de indefinido een stamverandering — maar alleen in de él/ella/usted- en ellos/ellas/ustedes-vorm, en de verandering is anders:

  • o → u: dormir → durmió, durmieron; morir → murió, murieron
  • e → i: pedir → pidió, pidieron; sentir → sintió, sintieron; seguir → siguió, siguieron; preferir → prefirió, prefirieron

De andere vormen (yo, tú, nosotros, vosotros) zijn gewoon regelmatig.

Voorbeelden

El bebé durmió toda la noche.De baby sliep de hele nacht.
Ella pidió un café con leche.Zij bestelde een koffie met melk.
Mis abuelos murieron hace muchos años.Mijn grootouders overleden vele jaren geleden.
Los estudiantes pidieron más tiempo.De studenten vroegen om meer tijd.

💡 Tips

💡
De onregelmatige uitgangen (-e, -iste, -o, -imos, -isteis, -ieron) hebben **geen accenten** — dat is een goed teken om ze te herkennen als 'sterke' vormen.
💡
Onthoud de groep 'sterke stammen' als een rijtje: estuv-, tuv-, pud-, pus-, quis-, vin-, hic-/hiz-, dij-, traj-. Ze delen allemaal dezelfde uitgangen.
💡
Bij -ir stamveranderende werkwoorden verandert de stam alleen bij hij/zij en zij (mv.) — niet bij ik, jij, wij, jullie.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

🔧 Werkwoorden: Verleden tijd (indefinido)

Bijhorende grammatica

De regelmatige preterito indefinido
De verleden tijd voor afgesloten gebeurtenissen: regelmatige vormen op -ar, -er en -ir.
De preterito imperfecto
De verleden tijd voor gewoontes, beschrijvingen en achtergrond — bijna altijd regelmatig.
Indefinido versus imperfecto
Twee verledentijden, één keuze: wat gebeurde er (indefinido) en wat was de situatie (imperfecto)?
De preterito perfecto
De verleden tijd voor recente gebeurtenissen met gevolgen voor nu: haber + voltooid deelwoord.

← De regelmatige preterito indefinidoDe preterito imperfecto →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply