A2 · Basis

De regelmatige preterito indefinido

De verleden tijd voor afgesloten gebeurtenissen: regelmatige vormen op -ar, -er en -ir.

Vorming: -ar werkwoorden

De pretérito indefinido (ook wel gewoon el indefinido genoemd) gebruik je voor een actie die op een bepaald moment in het verleden is gebeurd en afgesloten is. Bij -ar werkwoorden vervang je de uitgang -ar door:

  • yo: -é
  • tú: -aste
  • él/ella/usted: -ó
  • nosotros/as: -amos
  • vosotros/as: -asteis
  • ellos/ellas/ustedes: -aron

Let op het accent op -é en -ó: dat verandert de klemtoon en dus de betekenis (hablo = ik spreek nu, habló = hij/zij sprak).

hablartrabajarcomprar
yohablétrabajécompré
túhablastetrabajastecompraste
él/ella/ustedhablótrabajócompró
nosotros/ashablamostrabajamoscompramos
vosotros/ashablasteistrabajasteiscomprasteis
ellos/ellas/ustedeshablarontrabajaroncompraron

Voorbeelden

Ayer hablé con mi madre por teléfono.Gisteren sprak ik telefonisch met mijn moeder.
Mis padres trabajaron mucho ese año.Mijn ouders werkten dat jaar veel.
¿Compraste el regalo para Ana?Heb je het cadeau voor Ana gekocht?

Vorming: -er en -ir werkwoorden

-er en -ir werkwoorden nemen in de indefinido dezelfde uitgangen. Je vervangt -er/-ir door:

  • yo: -í
  • tú: -iste
  • él/ella/usted: -ió
  • nosotros/as: -imos
  • vosotros/as: -isteis
  • ellos/ellas/ustedes: -ieron

De nosotros-vorm van -ir werkwoorden (bv. vivimos) ziet er hetzelfde uit als in de presente — de context maakt duidelijk welke tijd het is.

comervivirescribir
yocomívivíescribí
túcomistevivisteescribiste
él/ella/ustedcomióvivióescribió
nosotros/ascomimosvivimosescribimos
vosotros/ascomisteisvivisteisescribisteis
ellos/ellas/ustedescomieronvivieronescribieron

Voorbeelden

Comimos paella en la playa.We aten paella op het strand.
Ella vivió dos años en Madrid.Zij woonde twee jaar in Madrid.
Te escribí un correo ayer.Ik schreef je gisteren een mailtje.

Spellingwijzigingen in de yo-vorm

Bij werkwoorden op -car, -gar en -zar verandert de spelling alleen in de yo-vorm, om de uitspraak van de medeklinker te behouden:

  • -car → -qué: buscar → busqué, tocar → toqué, sacar → saqué
  • -gar → -gué: llegar → llegué, jugar → jugué, pagar → pagué
  • -zar → -cé: empezar → empecé, almorzar → almorcé, cruzar → crucé

Alle andere vormen (tú, él, nosotros...) blijven gewoon regelmatig.

Voorbeelden

Busqué mis llaves por todas partes.Ik zocht overal naar mijn sleutels.
Llegué tarde a la reunión.Ik kwam te laat op de vergadering.
Empecé el curso de español en enero.Ik begon in januari met de Spaanse cursus.
Jugué al fútbol con mis amigos.Ik voetbalde met mijn vrienden.

Tijdsmarkeerders

De indefinido komt bijna altijd samen met een uitdrukking die aangeeft wanneer iets gebeurde, en dat moment is afgesloten:

  • ayer (gisteren), anoche (gisternacht), anteayer (eergisteren)
  • la semana pasada, el mes pasado, el año pasado
  • en 2020, en enero, el 5 de mayo
  • hace dos días / hace un año
  • una vez (een keer), de repente (plotseling)

Herken je zo'n uitdrukking, dan is de indefinido meestal de juiste keuze.

Voorbeelden

El año pasado viajamos a México.Vorig jaar reisden we naar Mexico.
Anoche cenamos en un restaurante nuevo.Gisteravond aten we in een nieuw restaurant.
Hace tres años terminé mis estudios.Drie jaar geleden rondde ik mijn studie af.

💡 Tips

💡
Denk bij de yo-vorm van -car/-gar/-zar werkwoorden aan het geluid: als je gewoon -cé, -gé of -cé zou schrijven, klinkt de medeklinker anders (bv. *jugé* zou als 'juché' klinken). De extra letter (qu, gu) beschermt de klank.
💡
Verwar *hablo* (nu) niet met *habló* (toen) — het accentteken is het enige verschil, maar het verandert de hele betekenis.
💡
-ar en -ir werkwoorden hebben dezelfde vorm voor nosotros in presente en indefinido (bv. *hablamos*, *vivimos*). Alleen de context of de rest van de zin zegt je welke tijd het is.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

🔧 Werkwoorden: Verleden tijd (indefinido)

Bijhorende grammatica

De onregelmatige preterito indefinido
De meest gebruikte werkwoorden zijn onregelmatig in de indefinido: ser/ir, tener, hacer, decir en meer.
De preterito imperfecto
De verleden tijd voor gewoontes, beschrijvingen en achtergrond — bijna altijd regelmatig.
Indefinido versus imperfecto
Twee verledentijden, één keuze: wat gebeurde er (indefinido) en wat was de situatie (imperfecto)?
De preterito perfecto
De verleden tijd voor recente gebeurtenissen met gevolgen voor nu: haber + voltooid deelwoord.

← Aanwijzende voornaamwoordenDe onregelmatige preterito indefinido →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply