De regelmatige preterito indefinido
De verleden tijd voor afgesloten gebeurtenissen: regelmatige vormen op -ar, -er en -ir.
Vorming: -ar werkwoorden
De pretérito indefinido (ook wel gewoon el indefinido genoemd) gebruik je voor een actie die op een bepaald moment in het verleden is gebeurd en afgesloten is. Bij -ar werkwoorden vervang je de uitgang -ar door:
- yo: -é
- tú: -aste
- él/ella/usted: -ó
- nosotros/as: -amos
- vosotros/as: -asteis
- ellos/ellas/ustedes: -aron
Let op het accent op -é en -ó: dat verandert de klemtoon en dus de betekenis (hablo = ik spreek nu, habló = hij/zij sprak).
| hablar | trabajar | comprar | |
|---|---|---|---|
| yo | hablé | trabajé | compré |
| tú | hablaste | trabajaste | compraste |
| él/ella/usted | habló | trabajó | compró |
| nosotros/as | hablamos | trabajamos | compramos |
| vosotros/as | hablasteis | trabajasteis | comprasteis |
| ellos/ellas/ustedes | hablaron | trabajaron | compraron |
Voorbeelden
Vorming: -er en -ir werkwoorden
-er en -ir werkwoorden nemen in de indefinido dezelfde uitgangen. Je vervangt -er/-ir door:
- yo: -í
- tú: -iste
- él/ella/usted: -ió
- nosotros/as: -imos
- vosotros/as: -isteis
- ellos/ellas/ustedes: -ieron
De nosotros-vorm van -ir werkwoorden (bv. vivimos) ziet er hetzelfde uit als in de presente — de context maakt duidelijk welke tijd het is.
| comer | vivir | escribir | |
|---|---|---|---|
| yo | comí | viví | escribí |
| tú | comiste | viviste | escribiste |
| él/ella/usted | comió | vivió | escribió |
| nosotros/as | comimos | vivimos | escribimos |
| vosotros/as | comisteis | vivisteis | escribisteis |
| ellos/ellas/ustedes | comieron | vivieron | escribieron |
Voorbeelden
Spellingwijzigingen in de yo-vorm
Bij werkwoorden op -car, -gar en -zar verandert de spelling alleen in de yo-vorm, om de uitspraak van de medeklinker te behouden:
-car→-qué: buscar → busqué, tocar → toqué, sacar → saqué-gar→-gué: llegar → llegué, jugar → jugué, pagar → pagué-zar→-cé: empezar → empecé, almorzar → almorcé, cruzar → crucé
Alle andere vormen (tú, él, nosotros...) blijven gewoon regelmatig.
Voorbeelden
Tijdsmarkeerders
De indefinido komt bijna altijd samen met een uitdrukking die aangeeft wanneer iets gebeurde, en dat moment is afgesloten:
- ayer (gisteren), anoche (gisternacht), anteayer (eergisteren)
- la semana pasada, el mes pasado, el año pasado
- en 2020, en enero, el 5 de mayo
- hace dos días / hace un año
- una vez (een keer), de repente (plotseling)
Herken je zo'n uitdrukking, dan is de indefinido meestal de juiste keuze.
Voorbeelden
💡 Tips
🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)
🔧 Werkwoorden: Verleden tijd (indefinido)
Bijhorende grammatica
← Aanwijzende voornaamwoordenDe onregelmatige preterito indefinido →
Wil je dit echt onder de knie krijgen?
Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.