De nabije toekomst: ir a + infinitief
Hoe je met 'ir a + infinitief' zegt wat je gaat doen, en welke tijdsaanduidingen daarbij horen.
De constructie ir a + infinitief
Net als in het Engels ('going to') gebruikt het Spaans het werkwoord ir (gaan) + a + een infinitief om te zeggen wat er binnenkort gaat gebeuren. Dit heet de futuro próximo (nabije toekomst) en wordt in de spreektaal veel vaker gebruikt dan de 'echte' toekomstige tijd.
onderwerp + ir (vervoegd) + a + infinitief
Voy a estudiar (ik ga studeren), Vamos a comer (we gaan eten).
Voorbeelden
De vervoeging van ir
Ir is volledig onregelmatig. Alleen ir zelf verandert; het tweede werkwoord blijft altijd in de infinitief.
| ir | |
|---|---|
| yo | voy |
| tú | vas |
| él/ella/usted | va |
| nosotros/as | vamos |
| vosotros/as | vais |
| ellos/ellas/ustedes | van |
Voorbeelden
Tijdsaanduidingen voor de nabije toekomst
Deze uitdrukkingen combineer je vaak met ir a + infinitief:
- mañana = morgen
- pasado mañana = overmorgen
- esta noche / esta tarde = vanavond / vanmiddag
- este fin de semana = dit weekend
- la semana que viene (ook: la próxima semana) = volgende week
- el mes/año que viene = volgende maand/jaar
Voorbeelden
Ontkennende vorm
Om de nabije toekomst ontkennend te maken, zet je no vóór de vervoegde vorm van ir: no + ir + a + infinitief.
Voorbeelden
💡 Tips
🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)
🔧 Werkwoorden: Tegenwoordige tijd
Bijhorende grammatica
← Gustar en soortgelijke werkwoordenBasisvoorzetsels →
Wil je dit echt onder de knie krijgen?
Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.