B1 · Gevorderd

De indirecte rede (estilo indirecto)

Hoe je iemands woorden weergeeft met 'decir que', inclusief de verschuiving van werkwoordstijden, voornaamwoorden en tijdsaanduidingen.

Decir que: van directe naar indirecte rede

Als het introducerende werkwoord (decir, contar, explicar...) in een verleden tijd staat, verschuiven de werkwoordstijden in de indirecte rede volgens een vast patroon:

  • presente → imperfecto
  • pretérito indefinido / pretérito perfecto → pluscuamperfecto
  • futuro → condicional
  • presente de subjuntivo → imperfecto de subjuntivo

Als het introducerende werkwoord in het presente staat (dice que...), verandert de tijd meestal niet.

Directe redeIndirecte rede
Presente: 'Estoy cansado.'Imperfecto: Dijo que estaba cansado.
Indefinido: 'Llegué tarde.'Pluscuamperfecto: Dijo que había llegado tarde.
Futuro: 'Vendré mañana.'Condicional: Dijo que vendría al día siguiente.

Voorbeelden

Dijo: 'Estoy cansado.' → Dijo que estaba cansado.Hij zei: 'Ik ben moe.' → Hij zei dat hij moe was.
Dijo: 'Ya comí.' → Dijo que ya había comido.Ze zei: 'Ik heb al gegeten.' → Ze zei dat ze al gegeten had.
Dijo: 'Vendré mañana.' → Dijo que vendría al día siguiente.Hij zei: 'Ik kom morgen.' → Hij zei dat hij de volgende dag zou komen.

Voornaamwoorden en bezittelijke vormen passen zich aan

Persoonlijke voornaamwoorden, bezittelijke voornaamwoorden en werkwoordsvormen passen zich aan het perspectief van de verteller aan, net als in het Nederlands.

Voorbeelden

Dijo: 'Mi hermano me ayuda.' → Dijo que su hermano le ayudaba.Hij zei: 'Mijn broer helpt me.' → Hij zei dat zijn broer hem hielp.
Dijo: 'Yo tengo tu libro.' → Dijo que él tenía mi libro.Hij zei: 'Ik heb jouw boek.' → Hij zei dat hij mijn boek had.

Tijds- en plaatsaanduidingen veranderen mee

Woorden zoals 'vandaag' of 'hier' verwijzen naar het moment/de plaats van de spreker. In de indirecte rede — vaak later verteld, op een andere plek — passen die uitdrukkingen zich aan.

Directe redeIndirecte rede
hoyese día
mañanaal día siguiente
ayerel día anterior
ahoraentonces
aquíallí
este/estaese/esa

Voorbeelden

Dijo: 'Llego hoy.' → Dijo que llegaba ese día.Hij zei: 'Ik kom vandaag aan.' → Hij zei dat hij die dag aankwam.
Dijo: 'Te veo mañana.' → Dijo que me vería al día siguiente.Ze zei: 'Ik zie je morgen.' → Ze zei dat ze me de volgende dag zou zien.

Indirecte vragen: preguntar si / interrogatief woord

Bij een ja/nee-vraag gebruik je preguntar si. Bij een vraag met een vraagwoord (qué, dónde, cuándo, cómo...) behoud je dat vraagwoord. In beide gevallen verdwijnen de vraagtekens en de inversie.

Voorbeelden

Me preguntó: '¿Vienes?' → Me preguntó si venía.Hij vroeg me: 'Kom je?' → Hij vroeg me of ik kwam.
Preguntó: '¿Dónde vives?' → Preguntó dónde vivía.Ze vroeg: 'Waar woon je?' → Ze vroeg waar ik woonde.
Preguntó: '¿Qué hora es?' → Preguntó qué hora era.Hij vroeg: 'Hoe laat is het?' → Hij vroeg hoe laat het was.

Indirecte bevelen en verzoeken: decir/pedir que + subjuntivo

Een bevel in de directe rede (imperativo) wordt in de indirecte rede altijd que + imperfecto de subjuntivo.

Voorbeelden

Me dijo: 'Ven aquí.' → Me dijo que fuera allí.Hij zei tegen me: 'Kom hier.' → Hij zei dat ik daarheen moest komen.
Me pidió: 'Ayúdame.' → Me pidió que le ayudara.Ze vroeg me: 'Help me.' → Ze vroeg me om haar te helpen.

💡 Tips

💡
Als het introducerende werkwoord in het presente staat ('dice que'), blijft de tijd van het werkwoord meestal ongewijzigd.
💡
Denk aan het rijtje 'hoy→ese día, mañana→al día siguiente, ayer→el día anterior' als een vast blokje.
💡
Bij indirecte vragen verdwijnen altijd de vraagtekens én de inversie van onderwerp en werkwoord.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

Bijhorende grammatica

Betrekkelijke bijzinnen (oraciones de relativo)
Que, quien, el que, lo que, donde en cuyo — en wanneer je indicativo of subjuntivo gebruikt in een betrekkelijke bijzin.
Onpersoonlijk se en de pasiva refleja
Hoe je 'se' gebruikt voor algemene uitspraken (se vive bien) en voor een lijdende vorm zonder handelende persoon (se venden pisos).
Verbindingswoorden B1 (conectores)
Aunque, sin embargo, por eso, ya que, para que en meer: hoe je zinnen logisch met elkaar verbindt.

← De condicional compuesto (voltooid voorwaardelijke wijs)Betrekkelijke bijzinnen (oraciones de relativo) →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply