B1 · Gevorderd

Betrekkelijke bijzinnen (oraciones de relativo)

Que, quien, el que, lo que, donde en cuyo — en wanneer je indicativo of subjuntivo gebruikt in een betrekkelijke bijzin.

Que: het meest gebruikte betrekkelijk voornaamwoord

Que verwijst zowel naar personen als naar dingen en is het meest gebruikte betrekkelijk voornaamwoord in het Spaans. Het kan onderwerp of lijdend voorwerp van de bijzin zijn.

Voorbeelden

El libro que compré es interesante.Het boek dat ik gekocht heb, is interessant.
La mujer que vive aquí es profesora.De vrouw die hier woont, is lerares.
Los amigos que invité no pudieron venir.De vrienden die ik uitgenodigd had, konden niet komen.

Quien/quienes: alleen voor personen

Quien (enkelvoud) en quienes (meervoud) verwijzen uitsluitend naar personen. Ze worden meestal gebruikt na een voorzetsel of na een komma (niet-beperkende bijzin), niet als eenvoudig onderwerp van een gewone zin.

Voorbeelden

Mi hermano, quien vive en Madrid, viene mañana.Mijn broer, die in Madrid woont, komt morgen.
La persona con quien hablé es mi jefe.De persoon met wie ik gesproken heb, is mijn baas.
Los vecinos, quienes son muy amables, nos ayudaron.De buren, die erg vriendelijk zijn, hielpen ons.

El que / la que / lo que: na voorzetsels en om nadruk te leggen

El que, la que, los que, las que stemmen overeen in geslacht en getal met het zelfstandig naamwoord waarnaar ze verwijzen en worden vaak na een voorzetsel gebruikt. Lo que is onzijdig en verwijst naar een hele gedachte of een onbepaald iets ('wat').

Voorbeelden

La chica con la que salgo es española.Het meisje met wie ik uitga, is Spaanse.
No entiendo lo que dices.Ik begrijp niet wat je zegt.
Eso es exactamente lo que necesitaba.Dat is precies wat ik nodig had.

Donde en cuyo

Donde verwijst naar een plaats. Cuyo/cuya/cuyos/cuyas drukt bezit uit ('wiens/waarvan') en stemt overeen met het zelfstandig naamwoord dat erna komt — NIET met de bezitter.

mannelijkvrouwelijk
enkelvoudcuyocuya
meervoudcuyoscuyas

Voorbeelden

La ciudad donde nací es pequeña.De stad waar ik geboren ben, is klein.
El escritor cuyo libro leí ganó un premio.De schrijver wiens boek ik las, won een prijs.
La mujer cuya casa visitamos es artista.De vrouw wiens huis we bezochten, is kunstenares.

Indicativo of subjuntivo in de betrekkelijke bijzin

Gebruik de indicativo als het antecedent (het woord waarnaar verwezen wordt) bestaat en bekend/specifiek is. Gebruik de subjuntivo als het antecedent onbekend, onzeker, onbepaald of onbestaand is (bv. na 'busco', 'necesito', 'no hay nadie que').

Voorbeelden

Tengo un amigo que habla ruso.Ik heb een vriend die Russisch spreekt (bestaat, indicativo).
Busco un amigo que hable ruso.Ik zoek een vriend die Russisch spreekt (onzeker of die bestaat, subjuntivo).
No hay nadie que sepa la respuesta.Er is niemand die het antwoord weet.

💡 Tips

💡
Vuistregel: bestaat het antecedent zeker? → indicativo. Is het onzeker, onbepaald of ontkend? → subjuntivo.
💡
'Cuyo' stemt overeen met het zelfstandig naamwoord ERNA, niet met de bezitter — een veelgemaakte fout.
💡
Na een komma (niet-beperkende bijzin) klinkt 'quien(es)' natuurlijker dan 'que' als het om personen gaat.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

Bijhorende grammatica

De indirecte rede (estilo indirecto)
Hoe je iemands woorden weergeeft met 'decir que', inclusief de verschuiving van werkwoordstijden, voornaamwoorden en tijdsaanduidingen.
Onpersoonlijk se en de pasiva refleja
Hoe je 'se' gebruikt voor algemene uitspraken (se vive bien) en voor een lijdende vorm zonder handelende persoon (se venden pisos).
Verbindingswoorden B1 (conectores)
Aunque, sin embargo, por eso, ya que, para que en meer: hoe je zinnen logisch met elkaar verbindt.

← De indirecte rede (estilo indirecto)Onpersoonlijk se en de pasiva refleja →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply