B1 · Gevorderd

De condicional compuesto (voltooid voorwaardelijke wijs)

Habría + voltooid deelwoord: wat had kunnen of moeten gebeuren, maar niet gebeurde.

Vorming: habría + voltooid deelwoord

De condicional compuesto (ook wel condicional perfecto) bestaat uit twee delen:

  • het hulpwerkwoord haber in de condicional (habría, habrías, habría, habríamos, habríais, habrían)
  • het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord (-ado / -ido), dat nooit verandert in geslacht of getal.

Bijvoorbeeld: habría hablado, habrías comido, habría vivido.

hablarcomervivir
yohabría habladohabría comidohabría vivido
túhabrías habladohabrías comidohabrías vivido
él/ella/ustedhabría habladohabría comidohabría vivido
nosotros/ashabríamos habladohabríamos comidohabríamos vivido
vosotros/ashabríais habladohabríais comidohabríais vivido
ellos/ellas/ustedeshabrían habladohabrían comidohabrían vivido

Voorbeelden

Habría llamado, pero perdí tu número.Ik zou gebeld hebben, maar ik verloor je nummer.
¿Tú qué habrías hecho en mi lugar?Wat zou jij in mijn plaats gedaan hebben?
Habríamos llegado antes sin el atasco.We zouden eerder aangekomen zijn zonder de file.

Onregelmatige voltooid deelwoorden

Een aantal veelgebruikte werkwoorden heeft een onregelmatig voltooid deelwoord. Die vorm blijft hetzelfde, ongeacht wie het onderwerp is:

  • hacer → hecho
  • decir → dicho
  • escribir → escrito
  • ver → visto
  • poner → puesto
  • volver → vuelto
  • abrir → abierto
  • romper → roto
  • morir → muerto
  • cubrir → cubierto

Voorbeelden

Yo no lo habría hecho así.Ik zou het niet zo gedaan hebben.
Ella habría dicho la verdad.Zij zou de waarheid gezegd hebben.
¿Habrías abierto la puerta?Zou jij de deur geopend hebben?

Gebruik: hypothetisch verleden (als... dan zou... gedaan hebben)

De condicional compuesto beschrijft wat er zou gebeurd zijn onder andere omstandigheden in het verleden — iets wat dus NIET gebeurd is. Ze verschijnt typisch in de hoofdzin van een 'si'-zin type 3:

si + pluscuamperfecto de subjuntivo, ... condicional compuesto

Deze combinatie leer je verder in het hoofdstuk over de subjuntivo, maar het is goed de basisstructuur al te herkennen.

Voorbeelden

Si hubiera estudiado más, habría aprobado el examen.Als ik meer gestudeerd had, was ik geslaagd voor het examen.
Si hubiéramos salido antes, no habríamos perdido el tren.Als we eerder vertrokken waren, hadden we de trein niet gemist.
Habría venido a la fiesta, pero estaba enfermo.Ik zou naar het feest gekomen zijn, maar ik was ziek.

Gebruik: veronderstelling over het verleden

Net zoals de condicional simple een vermoeden in het verleden kan uitdrukken (Serían las diez), drukt de condicional compuesto een vermoeden uit over iets dat al voltooid was op een bepaald moment in het verleden.

Voorbeelden

Ya habrían llegado cuando empezó a llover.Ze waren waarschijnlijk al aangekomen toen het begon te regenen.
No contestó; se habría quedado sin batería.Hij nam niet op; zijn batterij was waarschijnlijk leeg.

💡 Tips

💡
Onthoud: het voltooid deelwoord na 'habría' verandert NOOIT — geen -a, -os, -as, ongeacht het onderwerp.
💡
Verwar 'habría' (condicional compuesto, zou gedaan hebben) niet met 'había' (pluscuamperfecto, had gedaan) — de klemtoon en betekenis verschillen sterk.
💡
Leer de onregelmatige deelwoorden als een blokje uit je hoofd: hecho, dicho, escrito, visto, puesto, vuelto, abierto, roto, muerto, cubierto.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

🔧 Werkwoorden: Voltooid voorwaardelijk

Bijhorende grammatica

Vorming van de presente de subjuntivo
Leer hoe je de presente de subjuntivo vormt vanuit de yo-vorm, inclusief stamveranderingen, spellingswijzigingen en de belangrijkste onregelmatige werkwoorden.
Subjuntivo bij wensen en emoties
Ontdek wanneer je na werkwoorden van wens en emotie (querer que, esperar que, ojalá, me alegro de que...) de subjuntivo moet gebruiken.
Subjuntivo bij twijfel en mening
Leer het verschil tussen creo que (indicativo) en no creo que (subjuntivo), en wanneer dudar, es posible que en quizás de subjuntivo vereisen.
Subjuntivo in tijdszinnen
Leer wanneer cuando, antes de que, hasta que, en cuanto en mientras de subjuntivo vereisen (toekomst) en wanneer de indicativo (gewoonte, verleden).

← Futuro perfecto (voltooide toekomende tijd)De indirecte rede (estilo indirecto) →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply