A2 · Basis

Estar + gerundium

Beschrijf een actie die op dit moment bezig is met estar + gerundium, en seguir + gerundium.

De gerundium vormen

-ar werkwoorden krijgen de uitgang -ando (hablar → hablando). -er en -ir werkwoorden krijgen -iendo (comer → comiendo, vivir → viviendo).

Staat er een klinker vóór de uitgang, dan wordt -iendo tot -yendo (leer → leyendo). Stamveranderende -ir werkwoorden (e→i, o→u) veranderen ook in het gerundium: dormir → durmiendo, pedir → pidiendo, decir → diciendo.

infinitivogerundio
hablarhablando
comercomiendo
vivirviviendo
leerleyendo
dormirdurmiendo
pedirpidiendo
decirdiciendo

estar + gerundio: de duratieve vorm

Estar (vervoegd) + gerundium drukt een handeling uit die op het moment van spreken bezig is.

Voorbeelden

Estoy estudiando español.Ik ben Spaans aan het studeren.
¿Qué estás haciendo?Wat ben je aan het doen?
Estábamos comiendo cuando llamaste.We waren aan het eten toen je belde.

seguir + gerundio ('blijven ...')

Seguir (of continuar) + gerundium betekent dat iets blijft duren of doorgaat.

Voorbeelden

Sigo estudiando español después de tres años.Ik blijf Spaans studeren na drie jaar.
Sigue lloviendo.Het blijft regenen.

Voornaamwoorden bij het gerundium

Object- of wederkerende voornaamwoorden kunnen achteraan het gerundium geplakt worden (met een accent), of vóór de vervoegde vorm van estar staan.

Voorbeelden

Estoy leyéndolo. / Lo estoy leyendo.Ik ben het aan het lezen.
Está duchándose. / Se está duchando.Hij/zij is aan het douchen.

💡 Tips

💡
-er/-ir werkwoorden met een klinker vóór de uitgang krijgen -yendo i.p.v. -iendo (leer → leyendo).
💡
Stamveranderende -ir werkwoorden (e>i, o>u) veranderen ook in het gerundium: pedir → pidiendo, dormir → durmiendo.
💡
Bij het aanhechten van een voornaamwoord aan het gerundium komt er altijd een accent: leyéndolo, haciéndolo.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

Bijhorende grammatica

De regelmatige preterito indefinido
De verleden tijd voor afgesloten gebeurtenissen: regelmatige vormen op -ar, -er en -ir.
De onregelmatige preterito indefinido
De meest gebruikte werkwoorden zijn onregelmatig in de indefinido: ser/ir, tener, hacer, decir en meer.
De preterito imperfecto
De verleden tijd voor gewoontes, beschrijvingen en achtergrond — bijna altijd regelmatig.
Indefinido versus imperfecto
Twee verledentijden, één keuze: wat gebeurde er (indefinido) en wat was de situatie (imperfecto)?

← Vergrotende en overtreffende trapPor en para →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply