A2 · Basis

Por en para

Het verschil tussen por (oorzaak, middel, doorheen) en para (doel, bestemming, deadline).

para: doel, bestemming, deadline

Para wijst vooruit, naar een doel of eindpunt:

  • doel/gebruik: Esto es para cortar pan.
  • bestemming: Salgo para Madrid.
  • deadline: Para el lunes.
  • ontvanger: Este regalo es para ti.
  • mening: Para mí, es buena idea.

Voorbeelden

Estudio para aprobar el examen.Ik studeer om het examen te halen.
El tren sale para Barcelona.De trein vertrekt naar Barcelona.
Necesito el informe para el viernes.Ik heb het rapport nodig tegen vrijdag.
Este café es para ti.Deze koffie is voor jou.

por: oorzaak, tijdsduur, middel, doorheen, ruil

Por kijkt achterom, naar de oorzaak of het middel:

  • oorzaak/reden: No fui por la lluvia.
  • tijdsduur: Por dos horas.
  • middel: Por teléfono.
  • doorheen/langs: Por el parque.
  • ruil: Te doy 10 euros por el libro.

Voorbeelden

No fui a trabajar por la lluvia.Ik ging niet werken vanwege de regen.
Hablamos por teléfono cada semana.We praten elke week via de telefoon.
Caminamos por el parque.We wandelden door het park.
Compré este libro por diez euros.Ik kocht dit boek voor tien euro.

Por vs para naast elkaar

Vergelijk por (de reden, wat eraan voorafging) met para (het doel, wat je ermee wilt bereiken). Hetzelfde werkwoord kan met beide voorzetsels, maar de betekenis verandert.

por (oorzaak/reden)para (doel/bestemming)
voorbeeldLo hago por ti (vanwege jou)Lo hago para ti (het is voor jou bestemd)

Voorbeelden

Trabajo por dinero.Ik werk vanwege het geld (de reden).
Trabajo para ganar dinero.Ik werk om geld te verdienen (het doel).

Vaste uitdrukkingen

Een aantal uitdrukkingen met por en para leer je best gewoon uit het hoofd:

  • por favor, por fin, por supuesto, por ejemplo, por eso, por lo menos
  • para siempre, para nada, para colmo

Voorbeelden

Por favor, cierra la puerta.Alsjeblieft, doe de deur dicht.
Por fin terminé el trabajo.Eindelijk heb ik het werk af.

💡 Tips

💡
Vuistregel: para = doel/bestemming (waarheen, waarvoor), por = oorzaak/middel (waardoor, waarmee).
💡
Vraag jezelf af: 'waarom?' (por) of 'waarvoor/voor wie?' (para).
💡
Leer de vaste uitdrukkingen met por/para gewoon uit het hoofd, ze volgen niet altijd de logica.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

← Estar + gerundiumMuy, mucho, tan, tanto →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply