B2 · Vergevorderd

De pretérito pluscuamperfecto de subjuntivo

Hoe je hubiera/hubiese + voltooid deelwoord vormt en gebruikt voor onwerkelijke situaties in het verleden en spijt.

Vorming: hubiera/hubiese + voltooid deelwoord

De pluscuamperfecto de subjuntivo is een samengestelde tijd: hulpwerkwoord haber in de imperfecto de subjuntivo + het voltooid deelwoord (participio pasado) van het hoofdwerkwoord.

Er zijn opnieuw twee vormen van haber: hubiera en hubiese — beide correct, hubiera is frequenter.

Het participio verandert nooit van vorm (geen mannelijk/vrouwelijk of enkelvoud/meervoud).

hablarcomervivir
yohubiera habladohubiera comidohubiera vivido
túhubieras habladohubieras comidohubieras vivido
él/ella/ustedhubiera habladohubiera comidohubiera vivido
nosotroshubiéramos habladohubiéramos comidohubiéramos vivido
vosotroshubierais habladohubierais comidohubierais vivido
ellos/ustedeshubieran habladohubieran comidohubieran vivido

Voorbeelden

Si hubiera sabido la verdad, no habría venido.Als ik de waarheid had geweten, was ik niet gekomen.
Ojalá hubieras estado allí.Was jij daar maar geweest.

Onregelmatige voltooide deelwoorden

Een aantal veelgebruikte werkwoorden heeft een onregelmatig participio dat je uit je hoofd moet kennen. Deze vorm blijft altijd hetzelfde, ook in de pluscuamperfecto de subjuntivo.

  • hacer → hecho
  • decir → dicho
  • ver → visto
  • escribir → escrito
  • poner → puesto
  • volver → vuelto
  • morir → muerto
  • abrir → abierto
  • romper → roto

Voorbeelden

Si lo hubieras dicho antes, te habríamos creído.Als je het eerder had gezegd, hadden we je geloofd.
Ojalá hubiera visto esa película.Had ik die film maar gezien.

Gebruik: onwerkelijke situaties in het verleden

De pluscuamperfecto de subjuntivo drukt uit dat iets niet gebeurd is, meestal in twee contexten:

1. In de si-zin van de derde conditional (si + pluscuamperfecto de subjuntivo, ... condicional compuesto).
2. Na werkwoorden/uitdrukkingen die subjunctief vereisen, wanneer het gaat over iets wat al voltooid was vóór het moment waarover men spreekt (was verwacht/gehoopt/betwijfeld dat iets al gebeurd zou zijn).

Voorbeelden

Si hubiéramos llegado antes, habríamos visto el principio.Als we eerder waren aangekomen, hadden we het begin gezien.
No creía que hubieran terminado el proyecto tan rápido.Ik geloofde niet dat zij het project zo snel af hadden.
Esperaba que ya hubieras llamado a tu madre.Ik hoopte dat je je moeder al gebeld had.

Ojalá + pluscuamperfecto de subjuntivo: spijt over het verleden

Ojalá + pluscuamperfecto de subjuntivo drukt spijt uit over iets wat niet is gebeurd — een wens die achteraf niet meer vervuld kan worden.

Voorbeelden

Ojalá hubiera estudiado más para el examen.Had ik maar meer gestudeerd voor het examen.
Ojalá no hubiéramos vendido la casa.Hadden we het huis maar niet verkocht.

'Como si' + pluscuamperfecto de subjuntivo

Wanneer 'como si' verwijst naar een handeling die vóór het moment van de hoofdzin voltooid was (of leek te zijn), gebruik je de pluscuamperfecto de subjuntivo in plaats van de imperfecto de subjuntivo.

Voorbeelden

Hablaba del examen como si ya lo hubiera aprobado.Hij sprak over het examen alsof hij al geslaagd was.
Me miró como si nunca me hubiera visto.Ze keek me aan alsof ze me nog nooit had gezien.

💡 Tips

💡
Formule: (que) + hubiera/hubiese + participio — net als bij de andere samengestelde tijden verandert het participio nooit.
💡
Verwar de pluscuamperfecto de subjuntivo (hubiera hablado) niet met de imperfecto de subjuntivo van haber gevolgd door een gewoon zelfstandig naamwoord — het gaat altijd samen met een participio.
💡
'Ojalá + pluscuamperfecto de subjuntivo' = spijt over iets dat niet meer veranderd kan worden; 'ojalá + imperfecto de subjuntivo' = wens voor het heden/de toekomst.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

🔧 Werkwoorden: Subjuntivo pluscuamperfecto

Bijhorende grammatica

De pretérito imperfecto de subjuntivo
Hoe je de imperfecto de subjuntivo vormt en gebruikt na hoofdzinnen in het verleden, na 'como si' en voor beleefde verzoeken.
Subjunctief in concessieve en finale bijzinnen
Wanneer 'aunque' indicatief of subjunctief neemt, en hoe je para que, con tal de que, a menos que en sin que correct gebruikt.
Ser en estar: gevorderd gebruik
Bijvoeglijke naamwoorden die van betekenis veranderen met ser/estar, en de vaste uitdrukkingen 'estar de' en 'ser de'.
De tijdscorrelatie (correlación de tiempos) met de subjunctief
Welke tijd van de subjunctief in de bijzin hoort bij welke tijd van de hoofdzin.

← Voorwaardelijke zinnen (tipo 1, 2, 3 en gemengd)Subjunctief in concessieve en finale bijzinnen →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply