🏙️ De stad · La ciudad
Leer plaatsen in de stad in het Spaans. 22 woorden.
Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).
| Spaans | Vertaling | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| la calle | straat | Vivo en una calle tranquila.Ik woon in een rustige straat. |
| la plaza | plein | Los niños juegan en la plaza.De kinderen spelen op het plein. |
| el banco | bank | Voy al banco para sacar dinero.Ik ga naar de bank om geld te halen. |
| la tienda | winkel | Esa tienda vende ropa muy barata.Die winkel verkoopt heel goedkope kleren. |
| el mercado | markt | Compro fruta en el mercado.Ik koop fruit op de markt. |
| la estación (estaciones) | station | El tren llega a la estación.De trein komt aan op het station. |
| la iglesia | kerk | La iglesia es muy antigua.De kerk is erg oud. |
| el parque | park | Paseamos por el parque.We wandelen door het park. |
| el hospital | ziekenhuis | El médico trabaja en el hospital.De dokter werkt in het ziekenhuis. |
| la farmacia | apotheek | Compro medicinas en la farmacia.Ik koop medicijnen bij de apotheek. |
| la escuela | school | Los niños van a la escuela.De kinderen gaan naar school. |
| el museo | museum | Visitamos un museo de arte moderno.We bezochten een museum voor moderne kunst. |
| el restaurante | restaurant | Cenamos en un restaurante italiano.We eten in een Italiaans restaurant. |
| el cine | bioscoop | Vamos al cine esta noche.We gaan vanavond naar de bioscoop. |
| el ayuntamiento | gemeentehuis | El ayuntamiento está en el centro.Het gemeentehuis staat in het centrum. |
| la biblioteca | bibliotheek | Estudio en la biblioteca.Ik studeer in de bibliotheek. |
| el aeropuerto | luchthaven | Llegamos al aeropuerto dos horas antes del vuelo.We kwamen twee uur voor de vlucht op de luchthaven aan. |
| el hotel | hotel | El hotel estaba cerca de la playa.Het hotel lag dicht bij het strand. |
| el puente | brug | Cruzamos el puente a pie.We steken de brug te voet over. |
| el edificio | gebouw | Ese edificio es muy alto.Dat gebouw is erg hoog. |
| la avenida | laan | La tienda está en la avenida principal.De winkel staat aan de hoofdlaan. |
| el semáforo | verkeerslicht | Gira a la derecha en el próximo semáforo.Sla rechtsaf bij het volgende verkeerslicht. |
🎯 Oefen deze 22 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema
Meer thema's op dit niveau
👋 Begroetingen en voorstellen20 woorden
Saludos y presentaciones
Leer de basiszinnen om iemand te begroeten en jezelf voor te stellen.
👪 De familie20 woorden
La familia
Leer de woorden voor familieleden.
🔢 De getallen28 woorden
Los números
Leer tellen in het Spaans van 0 tot 1000.
🎨 De kleuren19 woorden
Los colores
Leer de kleuren in het Spaans.
🍽️ Het eten20 woorden
La comida
Leer de woorden voor eten en voedsel.
🥤 De dranken18 woorden
Las bebidas
Leer de woorden voor dranken.
← De dagen, maanden en tijdAlle thema'sDe beroepen →
Wil je dit echt onder de knie krijgen?
Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.