A1 · Beginner

📅 De dagen, maanden en tijd · Los días, los meses y el tiempo

Leer de dagen van de week, de seizoenen en tijdswoorden in het Spaans. 21 woorden.

Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).

SpaansVertalingVoorbeeldzin
el lunes maandag
El lunes empiezo a trabajar.Op maandag begin ik met werken.
el martes dinsdag
El martes tengo clase de español.Op dinsdag heb ik Spaanse les.
el miércoles woensdag
El miércoles voy al médico.Op woensdag ga ik naar de dokter.
el jueves donderdag
El jueves como con mis amigos.Op donderdag eet ik met mijn vrienden.
el viernes vrijdag
El viernes no trabajo.Op vrijdag werk ik niet.
el sábado zaterdag
El sábado voy al mercado.Op zaterdag ga ik naar de markt.
el domingo zondag
El domingo descanso en casa.Op zondag rust ik thuis uit.
el día dag
Hoy es un buen día.Vandaag is een goede dag.
la semana week
Trabajo cinco días a la semana.Ik werk vijf dagen per week.
el mes maand
Diciembre es el último mes del año.December is de laatste maand van het jaar.
el año jaar
Tengo veinte años.Ik ben twintig jaar oud.
la hora uur
La clase dura una hora.De les duurt een uur.
tarde laat
Llegó tarde a la reunión.Hij kwam laat op de vergadering.
la noche nacht
Por la noche veo la televisión.'s Avonds kijk ik televisie.
la primavera lente
En primavera llueve mucho.In de lente regent het veel.
el verano zomer
En verano hace calor.In de zomer is het warm.
el otoño herfst
En otoño las hojas caen.In de herfst vallen de bladeren.
el invierno winter
En invierno hace frío.In de winter is het koud.
hoy vandaag
Hoy voy a la escuela.Vandaag ga ik naar school.
mañana morgen
Mañana tengo un examen.Morgen heb ik een examen.
ayer gisteren
Ayer comí pizza.Gisteren at ik pizza.

🎯 Oefen deze 21 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema

Meer thema's op dit niveau

👋 Begroetingen en voorstellen20 woorden
Saludos y presentaciones
Leer de basiszinnen om iemand te begroeten en jezelf voor te stellen.
👪 De familie20 woorden
La familia
Leer de woorden voor familieleden.
🔢 De getallen28 woorden
Los números
Leer tellen in het Spaans van 0 tot 1000.
🎨 De kleuren19 woorden
Los colores
Leer de kleuren in het Spaans.
🍽️ Het eten20 woorden
La comida
Leer de woorden voor eten en voedsel.
🥤 De dranken18 woorden
Las bebidas
Leer de woorden voor dranken.

← Het lichaamAlle thema'sDe stad →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply