A1 · Beginner

🔢 De getallen · Los números

Leer tellen in het Spaans van 0 tot 1000. 28 woorden.

Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).

SpaansVertalingVoorbeeldzin
cero nul
El resultado es cero.Het resultaat is nul.
uno een
Quiero uno, por favor.Ik wil er één, alsjeblieft.
dos twee
Tengo dos perros.Ik heb twee honden.
tres drie
Son las tres de la tarde.Het is drie uur 's middags.
cuatro vier
Hay cuatro sillas en la mesa.Er zijn vier stoelen aan de tafel.
cinco vijf
Compro cinco manzanas.Ik koop vijf appels.
seis zes
El tren sale a las seis.De trein vertrekt om zes uur.
siete zeven
Trabajo siete horas al día.Ik werk zeven uur per dag.
ocho acht
Son las ocho de la mañana.Het is acht uur 's ochtends.
nueve negen
Tengo nueve libros nuevos.Ik heb negen nieuwe boeken.
diez tien
Cuento hasta diez.Ik tel tot tien.
once elf
Como a las once.Ik eet om elf uur.
doce twaalf
Hay doce meses en un año.Er zijn twaalf maanden in een jaar.
trece dertien
Mi prima tiene trece años.Mijn nicht is dertien jaar.
catorce veertien
El equipo tiene catorce jugadores.Het team heeft veertien spelers.
quince vijftien
Faltan quince minutos.Er zijn nog vijftien minuten.
dieciséis zestien
Tiene dieciséis años.Hij is zestien jaar.
diecisiete zeventien
Compro diecisiete globos.Ik koop zeventien ballonnen.
dieciocho achttien
Hay dieciocho estudiantes en la clase.Er zijn achttien studenten in de klas.
diecinueve negentien
Vivo en el número diecinueve.Ik woon op nummer negentien.
veinte twintig
Tengo veinte euros.Ik heb twintig euro.
treinta dertig
Mi madre tiene treinta años.Mijn moeder is dertig jaar.
cuarenta veertig
El autobús tarda cuarenta minutos.De bus doet er veertig minuten over.
cincuenta vijftig
Pago cincuenta euros por el libro.Ik betaal vijftig euro voor het boek.
cien honderd
Hay cien personas en la sala.Er zijn honderd mensen in de zaal.
mil duizend
La ciudad tiene mil habitantes.De stad heeft duizend inwoners.
primero eerste
Llego primero a la escuela.Ik kom als eerste aan op school.
segundo tweede
Ella llega segundo en la carrera.Zij komt als tweede aan in de wedstrijd.

🎯 Oefen deze 28 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema

Meer thema's op dit niveau

👋 Begroetingen en voorstellen20 woorden
Saludos y presentaciones
Leer de basiszinnen om iemand te begroeten en jezelf voor te stellen.
👪 De familie20 woorden
La familia
Leer de woorden voor familieleden.
🎨 De kleuren19 woorden
Los colores
Leer de kleuren in het Spaans.
🍽️ Het eten20 woorden
La comida
Leer de woorden voor eten en voedsel.
🥤 De dranken18 woorden
Las bebidas
Leer de woorden voor dranken.
🏠 Het huis20 woorden
La casa
Leer de woorden voor kamers en meubels in huis.

← De familieAlle thema'sDe kleuren →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply