A1 · Beginner

Bezittelijke voornaamwoorden

Mi, tu, su, nuestro, vuestro, su — hoe je in het Spaans zegt van wie iets is.

De onbeklemtoonde bezittelijke voornaamwoorden

In het Spaans staat het bezittelijk voornaamwoord altijd vóór het zelfstandig naamwoord, net als in het Nederlands. Het stemt overeen in getal (enkelvoud/meervoud) met het zelfstandig naamwoord dat erop volgt — niet met de bezitter!

  • mi/mis = mijn
  • tu/tus = jouw
  • su/sus = zijn, haar, uw, hun (van hem/haar/u/hen)

Deze drie vormen veranderen niet naar geslacht: mi padre (mijn vader) en mi madre (mijn moeder) gebruiken allebei mi.

enkelvoudmeervoud
mijnmimis
jouw (tú)tutus
zijn/haar/uw/hun (él/ella/usted/ellos)susus

Voorbeelden

Mi hermano es alto.Mijn broer is lang.
Mis hermanos son altos.Mijn broers zijn lang.
¿Tienes tu pasaporte?Heb je jouw paspoort?
Su casa está cerca del centro.Zijn/haar/uw huis ligt dicht bij het centrum.

Nuestro en vuestro: vier vormen

Nuestro (ons/onze) en vuestro (jullie) zijn de enige bezittelijke voornaamwoorden die wél veranderen naar geslacht én getal, net als een gewoon bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -o.

Vuestro gebruik je alleen in Spanje, voor de informele meervoudsvorm 'jullie'. In Latijns-Amerika gebruikt men in plaats daarvan su/sus (van ustedes).

mannelijk enk.vrouwelijk enk.mannelijk mv.vrouwelijk mv.
ons/onzenuestronuestranuestrosnuestras
jullievuestrovuestravuestrosvuestras

Voorbeelden

Nuestro coche es nuevo.Onze auto is nieuw.
Nuestra profesora es muy simpática.Onze lerares is erg aardig.
¿Dónde están vuestras maletas?Waar zijn jullie koffers?

Su/sus: soms dubbelzinnig

Su en sus kunnen vier dingen betekenen: zijn, haar, uw, of hun. De context maakt meestal duidelijk wie bedoeld wordt. Als het niet duidelijk is, kun je verduidelijken met de él (van hem), de ella (van haar), de usted (van u) of de ellos/ellas (van hen):

Es su casa → Es la casa de ella (het is haar huis).

Voorbeelden

Es la casa de él, no la casa de ella.Het is zijn huis, niet haar huis.
Señor López, ¿es este su paraguas?Meneer López, is dit uw paraplu?

De beklemtoonde vormen (mío, tuyo…)

Naast mi, tu, su… bestaat er een tweede reeks: de beklemtoonde bezittelijke voornaamwoorden mío, tuyo, suyo, nuestro, vuestro, suyo (elk met 4 vormen: -o/-a/-os/-as). Deze staan na het zelfstandig naamwoord of alleen (zonder lidwoord) na het werkwoord ser, en betekenen 'van mij, van jou…'.

  • un amigo mío = een vriend van mij
  • Este libro es mío = dit boek is van mij (niet: mi)

Met lidwoord ervoor worden ze een voornaamwoord dat het zelfstandig naamwoord vervangt: el mío (die van mij).

Voorbeelden

Este libro es mío.Dit boek is van mij.
Un amigo mío vive en Sevilla.Een vriend van mij woont in Sevilla.
Mi coche es azul; el tuyo es rojo.Mijn auto is blauw; die van jou is rood.

💡 Tips

💡
Onthoud: het bezittelijk voornaamwoord stemt overeen met het *bezeten object*, niet met de bezitter. 'Su' verandert niet of het nu over 'hij' of 'zij' gaat.
💡
Alleen *nuestro/nuestra/nuestros/nuestras* en *vuestro/vuestra/vuestros/vuestras* hebben vier vormen — alle andere hebben er maar twee (enkelvoud/meervoud).
💡
Bij dubbelzinnigheid van *su*, voeg *de él/de ella/de usted/de ellos* toe voor duidelijkheid.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

Bijhorende grammatica

Bijvoeglijke naamwoorden en overeenstemming
Spaanse bijvoeglijke naamwoorden passen zich aan in geslacht en aantal, en staan meestal na het zelfstandig naamwoord.
Aanwijzende voornaamwoorden
Este, ese, aquel: hoe het Spaans drie afstanden onderscheidt, plus de neutrale vormen esto, eso, aquello.

← Bijvoeglijke naamwoorden en overeenstemmingGetallen en de klok →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply