Muy, mucho, tan, tanto
Wanneer gebruik je muy of mucho, tan of tanto — en waarom 'muy mucho' fout is.
muy vs mucho
muy staat vóór een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord en verandert nooit van vorm.
mucho staat vóór een zelfstandig naamwoord (en past zich dan aan: mucho, mucha, muchos, muchas) of staat na een werkwoord (dan blijft het onveranderlijk).
Voorbeelden
tan vs tanto
tan staat vóór een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord en verandert nooit van vorm.
tanto staat vóór een zelfstandig naamwoord (past zich aan: tanto, tanta, tantos, tantas) of staat na een werkwoord (blijft dan onveranderlijk).
Voorbeelden
De fout 'muy mucho'
'Muy mucho' bestaat niet als combinatie vóór een bijvoeglijk naamwoord — een veelgemaakte fout bij anderstaligen die twee versterkers willen combineren.
Fout: Está muy mucho cansado. → Juist: Está muy cansado, of Está cansadísimo.
Voor extra nadruk kun je ook -ísimo gebruiken in plaats van muy + bijvoeglijk naamwoord.
Voorbeelden
demasiado, bastante, poco
demasiado (te veel) en poco (weinig) passen zich aan in geslacht en getal vóór een zelfstandig naamwoord (demasiada gente, pocos amigos). Bastante (genoeg, nogal) past zich alleen aan in getal (bastante/bastantes), niet in geslacht.
Voorbeelden
💡 Tips
🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)
← Por en paraVorming van de presente de subjuntivo →
Wil je dit echt onder de knie krijgen?
Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.