A1 · Beginner

👕 Kleding · La ropa

Leer de namen van kledingstukken in het Spaans. 22 woorden.

Lidwoord: blauw = mannelijk (el), roze = vrouwelijk (la), paars = beide (el/la).

SpaansVertalingVoorbeeldzin
la camisa overhemd
Llevo una camisa blanca.Ik draag een wit overhemd.
la camiseta t-shirt
La camiseta es azul.Het t-shirt is blauw.
el pantalón (pantalones) broek
El pantalón es negro.De broek is zwart.
la falda rok
María lleva una falda roja.María draagt een rode rok.
el vestido jurk
Compro un vestido nuevo.Ik koop een nieuwe jurk.
el zapato schoen
Necesito zapatos nuevos.Ik heb nieuwe schoenen nodig.
el calcetín (calcetines) sok
Llevo calcetines blancos.Ik draag witte sokken.
la chaqueta jasje
Hace frío, llevo una chaqueta.Het is koud, ik draag een jasje.
el abrigo jas
En invierno llevo un abrigo.In de winter draag ik een jas.
el sombrero hoed
El hombre lleva un sombrero.De man draagt een hoed.
la gorra pet
El niño lleva una gorra.Het kind draagt een pet.
la bufanda sjaal
Me pongo la bufanda porque hace frío.Ik doe de sjaal om omdat het koud is.
el guante handschoen
Llevo guantes en invierno.Ik draag handschoenen in de winter.
el cinturón (cinturones) riem
El cinturón es de cuero.De riem is van leer.
el bolso tas
Mi madre tiene un bolso bonito.Mijn moeder heeft een mooie tas.
el jersey (jerséis) trui
Llevo un jersey de lana.Ik draag een wollen trui.
el pijama pyjama
Por la noche me pongo el pijama.'s Avonds doe ik de pyjama aan.
el traje pak
Lleva un traje elegante.Hij draagt een elegant pak.
la bota laars
Las botas son marrones.De laarzen zijn bruin.
la corbata stropdas
Mi padre lleva corbata en el trabajo.Mijn vader draagt een stropdas op het werk.
llevar dragen
¿Qué ropa llevas hoy?Welke kleren draag je vandaag?
ponerse aandoen
Me pongo el abrigo antes de salir.Ik doe mijn jas aan voordat ik vertrek.

🎯 Oefen deze 22 woorden mét lidwoord in de app 🃏 Flashcards van dit thema

Meer thema's op dit niveau

👋 Begroetingen en voorstellen20 woorden
Saludos y presentaciones
Leer de basiszinnen om iemand te begroeten en jezelf voor te stellen.
👪 De familie20 woorden
La familia
Leer de woorden voor familieleden.
🔢 De getallen28 woorden
Los números
Leer tellen in het Spaans van 0 tot 1000.
🎨 De kleuren19 woorden
Los colores
Leer de kleuren in het Spaans.
🍽️ Het eten20 woorden
La comida
Leer de woorden voor eten en voedsel.
🥤 De dranken18 woorden
Las bebidas
Leer de woorden voor dranken.

← Het huisAlle thema'sDe dieren →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply