A1 · Beginner

Vraagwoorden

Qué, quién, cuál, cuándo, dónde, cómo, cuánto en por qué — en hoe je een Spaanse vraag opbouwt.

De vraagwoorden

Alle Spaanse vraagwoorden krijgen een accent (tilde), ook al bestaat hetzelfde woord zonder accent als voegwoord (que, quien, cuando, donde, como zonder accent betekenen 'dat', 'die', 'toen/wanneer', 'waar' als bijzin, 'zoals').

Een vraag staat altijd tussen ¿ en ? — het omgekeerde vraagteken aan het begin is verplicht in geschreven Spaans.

esnlen
quéwatwhat
quién / quiéneswiewho
cuál / cuáleswelke, watwhich, what
cuándowanneerwhen
dóndewaarwhere
cómohoehow
cuánto/a/os/ashoeveelhow much/many
por quéwaaromwhy

Voorbeelden

¿Qué haces?Wat doe je?
¿Quién es esa chica?Wie is dat meisje?
¿Cómo estás?Hoe gaat het met je?

Qué versus cuál

Dit is voor Nederlandstaligen vaak lastig, want beide kunnen als 'wat' vertaald worden.

  • Qué vraagt naar een definitie of staat direct vóór een zelfstandig naamwoord: ¿Qué es esto? (Wat is dit?), ¿Qué libro lees? (Welk boek lees je?).
  • Cuál/cuáles vraagt om een keuze uit een groep, en staat meestal vóór het werkwoord ser: ¿Cuál es tu nombre? (Wat is je naam? — letterlijk: welke [van alle namen] is de jouwe?), ¿Cuáles son tus colores favoritos?

Voorbeelden

¿Qué es la fotosíntesis?Wat is fotosynthese?
¿Cuál es tu número de teléfono?Wat is je telefoonnummer?
¿Qué camisa prefieres, la azul o la roja?Welk hemd verkies je, het blauwe of het rode?

Cuánto/a/os/as: aanpassen aan het zelfstandig naamwoord

Cuánto ('hoeveel') gedraagt zich als een bijvoeglijk naamwoord en past zich aan naar geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord dat erop volgt: cuánto dinero (mann. enk.), cuánta agua (vr. enk.), cuántos libros (mann. mv.), cuántas personas (vr. mv.).

Voorbeelden

¿Cuánto cuesta esto?Hoeveel kost dit?
¿Cuántas hermanas tienes?Hoeveel zussen heb je?
¿Cuántos años tienes?Hoe oud ben je?

Woordvolgorde in vragen

In een vraag met een vraagwoord komt meestal eerst het vraagwoord, dan het werkwoord, en dan pas het onderwerp: ¿vraagwoord + werkwoord + onderwerp?

¿Dónde vive tu hermana? (letterlijk: waar woont je zus?) — niet ¿Dónde tu hermana vive?

Bij een ja/nee-vraag zonder vraagwoord verandert de woordvolgorde vaak niet; alleen de intonatie en de vraagtekens maken het een vraag: ¿Vives en Madrid?

Voorbeelden

¿Cuándo llega el tren?Wanneer komt de trein aan?
¿Por qué estudias español?Waarom studeer je Spaans?

💡 Tips

💡
Vergeet het accent nooit op een vraagwoord: zonder accent verandert de betekenis (que ≠ qué).
💡
Twijfel je tussen 'qué' en 'cuál'? Staat er direct een zelfstandig naamwoord achter → 'qué'. Staat er 'ser' achter en kies je uit opties → meestal 'cuál'.
💡
Vergeet het openingsvraagteken ¿ niet — geschreven Spaans gebruikt er altijd twee.

🎯 Oefen dit onderwerp met 10 interactieve oefeningen (10)

← Getallen en de klokOnregelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd →

Wil je dit echt onder de knie krijgen?

Maak een gratis account: niveautest, leerpad op maat, oefeningen met directe feedback, uitspraak en een echte docente die meekijkt.

Gratis beginnen 📅 Boek een proefles bij Yohana op Preply